
Woensdag 28 juli.
We worden wakker met zicht op de Eifeltoren. De kruier had ons gewaarschuwd toen hij de dubbele deur van de kamer opendeed. "Have you ever been to Paris?" Ja, we hadden the real thing al gezien. Maar Las Vegas bewijst dat fake soms indrukwekkender is dan het origineel.
De avond voordien waren we aangekomen in Las Vegas McCarran airport. Op de luchthaven vond je al de eerste slot machines. Hier hebben we onze eerste en laatste dollars vergokt. Ik had vooraf gegrapt dat we hier onze reis zouden terugverdienen, maar in New York wist ik al: je hoeft helemaal geen gokker te zijn om veel geld kwijt te raken in Amerika.
Niks gewonnen dus. Dan maar de shuttlebus genomen. Ook hier weer: enorm vriendelijke en hulpvaardige mensen. We werden gedropt even buiten de luchthaven, bij de car rentals. Bij Alamo konden we on line inchecken, en dan de parking in, waar we oog in oog stonden met onze auto. In 1987 keken we nog op van een Chrysler New Yorker, met stoelen waar je diep in de pluche wegzakt, en met een computerstem die ons aanmaande: Fasten seat belts. Niks van dat alles - de Ford Limited oogt hoekig, modern, en bijna Europees. Geen kwaad woord van deze comfortabele reisgenoot. Al duurde het even voor ik doorhad dat de airco elektronisch bediend werd. Mams dacht dat de airco niet werkte. "We moeten morgen terug om dat te laten herstellen!" Waarschijnlijk zag ze al vijf uitgedroogde hoopjes ellende, vastgereden in de woestijnen van het westen, verschrompeld onder de verzengende hitte. Helemaal ongelijk had ze niet, want de hitte was echt wel verzengend. In New York voelde de hitte nat en plakkerig aan, hier was het alsof je in een kurkdroge sauna stapt. Het vooruitzicht op een auto zonder airco was - wel - niet echt bemoedigend.
We installeerden vlug onze GPS, en reden naar het hotel. Veel GPS had je niet nodig, want Las Vegas, dat is eerst en vooral, en dan opnieuw, The Strip. Verbazend dat je van het niets ineens in een surrealistische wereld binnenrijdt, waar de pretparken hotels blijken te zijn.
Wij hadden kort voor ons vertrek de Planet Hollywood geboekt omdat het een prima ligging had, met zicht op Paris Paris en het Bellagio-hotel. We hadden dan ook een kamer met Fountain View gevraagd, en de Fountains zijn in dit geval de balletfonteinen van Bellagio.
Zouden we de 20 dollar trick proberen? Naaa, toch niet, op het internet had ik verhalen gelezen dat dit in Planet Hollywood niet pakte, en we zijn sowieso al niet commercieel ingesteld. Na lang wachten aan de incheckbalie bleek dat elke medewerker een badge had met zijn/haar favoriete film. Onze man aan de receptie was een fan van The Shawshank Redemption. Was hij het echt, of was dit ook deel van een geöliede marketingmachine? Who cares, ik vond het een goed begin, want The Shawshank Redemption is een schitterende film, met een sublieme Tim Robbins en zijn bajesvriend Morgan Freeman.
En het was een goed begon, want de man bood ons - complimentary - een gratis upgrade aan naar een junior suite. Oók met Fountain View, natuurlijk. En mooi 20 dollar uitgespaard.
Toen we de suite zagen, vielen we zowaar achterover. Een panoramisch zicht op Paris Paris, Bellagio en de Strip, twee reusachtige slaapkamers, 3 grote LCD-TV's, twee badkamers, een bureau, kitchenette en eethoek, en een badkamer in het midden van de suite. We raakten letterlijk de weg kwijt.
Elke kamer had een thema dat verband hield met film en ja hoor, het geluk liet ons niet in de steek - ons thema was Will Smith en Independence Day.
Nadat we enigszins bekomen waren van onze kamer, gingen we iets eten, en de bistrot van Paris Paris leek me wel wat. Buiten was het heel druk, en heel heet, zo'n 104 graden F. We liepen onder de Eiffeltoren, even op de Strip, en dan binnen in het hotel van Paris Paris, op naar het restaurant. De beste plaatsen waren bezet, nl. op een terrasje dat uitkijkt op de Vegasiaanse drukte. Daar moet de temperatuur ideaal geweest zijn, want verwarmd door de zinderende hitte van de vroege avond gecombineerd met een airco die ervoor zorgde dat het binnen aanvoelde als in een koelkamer van Les Halles in Parijs, tenminste, zoals ik mij Les Halles voorstel vóór het één grote shopping mall werd. Enfin, het was bar koud binnen, en we vroegen of ze een minder koude plaats in het restaurant hadden, en ja hoor, er was een ronde tafel opgesteld vóór een groot en zwaar gordijn, waar mams en Karel zich konden indraaien. Karel was verschrikkelijk moe, en we aten snel. Ik bestelde een steak tartare, en de ober was blijkbaar gewoon om zijn gasten te waarschuwen. "It's raw meat, sir." Yes I know. Het was één van de beste steak tartares die ik ooit at. Ik vermoed dat we daar een beaujaulais bij dronken.
Vlug weer de avond en de warmte in, waar iedereen erin slaagde verloren te lopen behalve ik, op zoek naar de fonteinen van het Bellagio Hotel, ondertussen beroemd van de Film Ocean's Eleven. Alleen, ik heb er nauwelijks van genoten, want ik realiseerde mij dat ik de sleutels van de kamer had, en dat Karel ging omvallen van de vaak. Dus ging ik vlug terug naar de kamer - sorry, naar de suite - en in de lobby van het hotel zag ik een zeer knappe en slanke vrouw mijn richting stappen. Ik had haar niet zo aandachtig bekeken, want ik wilde vlug naar de kamer, in mijn visioen zag ik Karel al in de gang uitgeput liggen, maar toch had mijn onderbewustzijn aan mijn hersenen het signaal gegeven: een mooie, deftige vrouw. Tot mijn verbazing bleek het een Vegashoertje te zijn, want toen ik haar kruiste hoorde ik haar zeggen "Where are you headin' hon?". Ik was te verrast om te reageren, en mijn eerlijke antwoord - "op weg naar mijn suite" zou trouwens misschien te dubbelzinnig of uitnodigend geklonken hebben. Ik denk het in Vegas moet stikken van de hoertjes, want is het niet dé sin city bij uitstek?
Wat we 's avonds gedaan hebben, weet ik niet meer, wellicht wat TV gekeken, en genoten van het uitzicht op de fonteinen. Het was een ongekende luxe, daar in de junior suite, en we hadden daar geen principiële bezwaren tegen. Las Vegas is fascinerend om te 's nachts te bekijken.
's Ochtends wakker worden met zicht op de Eiffeltoren is trouwens ook de moeite.
Ontbijten in Las Vegas wil ook zeggen: aanschuiven in de rij omt te ontbijten, en voor een kleine som kun je een ongelooflijk ontbijt nuttigen - maar geen broodjes met confituur, helaas. Dan maar een stukje biefstuk gegeten met horsereddich – verschrikkelijk straf spul, maar alweer een lekker stukje biefstuk.
Uitchecken duurde langer dan verwacht, want het valt niet mee om je spullen bij elkaar te zoeken in zo’n grote suite. Bovendien had ik té vlug elektronisch uitgecheckt, maar dat werd vlot rechtgezet.
Valet parking houdt wel een flinke wachttijd in. Tegen half twaalf vertrokken, eerst The Strip nog even afgereden. Opvallend: een man op de stoep die de mensen opriep om Jezus, en niet satan te volgen. Best begrijpelijk in Las Vegas.
Aanvankelijk een heel saaie highway gevolgd, maar vanaf Saint George werd de weg zeer mooi; richting Bryce Canyon. De weg gings lagzaam omhoog, en het deed een beetje denken aan landelijk Zwitserland; en de temperatuur werd gaandeweg normaal. Onderweg zagen we een schitterende dubbele regenboog, prachtig gewoon.
Inchecken in Ruby's Inn was een groot contrast met Las Vegas - dit was het Amerika van het Wilde Westen, in Utah bovendien met aparte alcoholwetten. We hadden afscheid genomen van het Amerika van de limousines (in New York, met zijn ontelbare Town Cars van Lincoln, en in Vegas), en we kwamen terecht in het Amerika van de pick ups en de cowboys. Het was geen suite, daar in de Ruby's Inn, maar de kamers waren toch zeer comfortabel. Van een kamer met Fountain View naar een kamer in de Lakeview Lodge - alleen lag het meertje aan de achterkant van de Lodge.