Zoeken in deze blog

zaterdag 25 december 2010

Page: hoogtevrees, en VEEL kerken






Op 31 augustus kwamen we aan in Page. Het surrealistische effect van jaren geleden maakten we niet meer mee (toen kwamen we in een pikdonkere nacht aan en werden we wakker met zicht op de oranje-roestkleurige rotsen en het blauwe meer). We logeerden in de Quality Inn op Lake Powell Boulevard North; de kamer viel enorm mee. Het zou me niet verbazen dat dit hetzelfde hotel was als toen, alleen is het ondertussen van eigenaar en van naam veranderd.


Wat hebben we gedaan in Page? Niet zoveel, denk ik. Een Wal Mart bezocht (of was het Safeways?), de Wahweep Marina bezocht (niet veel zaaks), waar ik me ver-schrik-ke-lijk had boos gemaakt op de kinderen; en ons vergaapt aan de Horseshoe Bend. Dat is een adembenemende bocht in de Colorado River, zo steil diep dat ik geen seconde op mijn gemak was. Vreemd, vroeger had ik nooit last van hoogtevrees.


Ook leuk: de straat van ons hotel kon je gerust de Kerkstraat noemen, we telden er een twintigtal kerken mooi naast elkaar. This surely is the Bible Belt!

maandag 29 november 2010

Van Bryce naar de Grand Canyon North Rim




Vrijdag 30 juli
Nog even twee zichtpunten van Bryce Canyon bezocht die we gisteren gemist hadden.
Eén van de mooiste ligt eigenlijk nog vóór de ingang van het park, nl. Fairyland Viewpoint. Het is ook één van de rustigste.
Van Bryce ging het naar de North Rim van de Grand Canyon, via een ongelooflijk mooie scenic route. De hele tijd rijd je langs schitterende rotsformaties en het geheel doet wat denken aan Monument Valley. Je waant je zo in een John Ford film (ook al waren die in zwart-wit).
De noorkant van de canyon is een eind rijden, en om die reden wellicht trekt die veel minder bezoekers. Eens je binnen in het park bent, rijd je nog een heel eind langs mooie, glooiende weiden omzoomd door bossen.
In de village checkten we in. Klein maar ‘all we need’ – geen airco maar dat was niet nodig, het was eerder koud toen. Teruggekeerd naar de Lodge, waar ons een heuse schok wachtte: wat een zicht vanuit de lobby en het terras! De Lodge staat echt pal op de rand van de canyon. Gewandeld naar Bright Angel Point, waar twee vrouwen de bliksems fotografeerden in de verte. Een van hen had een speciale ontspanner, die detecteert wanneer er een flits te zien is, en - jawel - bliksemsnel afdrukt.
In de deli snacks gekocht en opgegeten op het terras van de Lodge ,m et een ***zicht. Daarna met de auto naar Point Imperial; langsheen verbrande naaldbossen.
’s Avonds gegeten in het restaurant van de Lodge (meatloaf, trout en wild alaska salmon).
De volgende dag was ik als eerste uit de veren, en ik wou meteen even naar de canyon gaan kijken. Dat is het voordeel van in het park te logeren! De wolken kwamen in de canyon drijven, en af en toe kwam de zon erdoor. Niet meteen ideaal, wel met een heel speciaal effect.
Na ons ontbijt hebben we een sukje de North Kaibab Trail afgestapt. Af en toe een druppeltje; alleen de kids deden een regenjasje aan. Prachtige bloemen en veel colibri’s gezien. Prachtig zicht vanaf de Coconino Overlook. Dan nog een beeje verdergestapt. Teruggekeerd na een uurtje stappen; drie moedige krijgers voorop; in een volggroep zat alleen paps, en mama was de rode lantaarn. Daarna reden we naar Cape Royal, waar we wachtten op het optrekken van de wolkenslierten. Bij momenten was het zicht heel goed. Angels Window en Cape Royal, Walhalla Overlook en Roosevelt Point toonden ons de indrukwekkende zichten van de North Rim; met zicht op het plateau en de Marble Canyons.



We keerden nog even terug naar de schitterende Lodge voor een sanitaire stop - en een laatste blik vanuit de zachte fauteuils van de lobby (foto).
Daarna reden we door via alweer een schitterende scenic route, richting Page, als tussenstop naar de South Rim. Ingecheckt in de Quality Inn op Lake Powell Boulevard North; de kamers vallen enorm mee. Het hotel komt me vreemd bekend voor - ik denk dat we hier in 1987 ook logeerden. Toen kwamen we in het donker aan, en werden we 's ochtends geconfronteerd met de oranjerode rotsen en het blauwe water van het stuwmeer.

zaterdag 13 november 2010

On the road/Over the Rainbow



In Amerika ben je altijd onderweg. Fysisch, maar ook mentaal, op weg naar een ander, naar een beter leven. Zoals in dat typisch Amerikaans filmgenre, de road movie, maar dat teruggaat op de klassieke tijden zoals de Odyssee of de Aeneas.
Midnight Cowboy, Easy Rider, Grapes of Wrath. Deze laatste is gebaseerd op de roman van Steinbeck, waar Route 66 de metafoor is van de figuurlijke weg naar een beter leven. Alleen weten de hoofdrolspelers niet dat ze on the road zijn - ze hebben hun baggage mee; ze slepen hun verleden mee naar hun toekomst.

Geen land zo ideaal voor de road movie als Amerika, met zijn eindeloze, soms kaarsrechte wegen in the middle of nowhere. Soms merk je dat je in de bewoonde wereld komt, niet omdat je huizen ziet, maar omdat je GPS iets aangeeft wat op straten lijkt, en omdat je aan de kant van de weg steeds meer brievenbussen ziet, zoals rond Twentynine Palms.

En soms, soms zie je onderweg ook een regenboog, zoals hierboven on the road naar Bryce Canyon.

Somewhere over the rainbow
Way up high,
There's a land that I heard of
Once in a lullaby.

Somewhere over the rainbow
Skies are blue,
And the dreams that you dare to dream
Really do come true.

Someday I'll wish upon a star
And wake up where the clouds are far
Behind me.
Where troubles melt like lemon drops
Away above the chimney tops
That's where you'll find me.

Somewhere over the rainbow
Bluebirds fly.
Birds fly over the rainbow.
Why then, oh why can't I?

If happy little bluebirds fly
Beyond the rainbow
Why, oh why can't I?

vrijdag 12 november 2010

Bryce: De eerste hummingbirds



In Bryce, in viewpoint Paria, zagen we voor het eerst - niet voor het laatst - kolibri's. Ongelooflijke vogels! Je zou eerst denken dat het om grote hommels gaat.

Bryce, very nice


In Gent zouden ze zeggen, Bryce, wree waise, maar dat is het ook: surreëel, vreemd, mooi. We kochten wat eten (verschrikkelijk duur!) reden meteen door naar het uiterste punt: Rainbow Point, en daarna keerden we terug. Bryce is een National Park dat je vista per vista bekijkt, je ziet nergens het geheel. En elk punt is bewonderenswaardig mooi. Uit mijn notities blijkt dat Ponderosa het mooist is.
In Sunrise (denk ik) gingen we even naar beneden, zeer knap tot in een enge kloof, daarna veranderde het steile pad in een rustige wandeling beneden in het dal. Ineens hoorden we een behoorlijke donderslag, en nooit eerder zagen we mams zo resoluut terugkeren. Het bleef bij deze ene donderslag.

donderdag 28 oktober 2010

Zicht op de Eifeltoren






Woensdag 28 juli.



We worden wakker met zicht op de Eifeltoren. De kruier had ons gewaarschuwd toen hij de dubbele deur van de kamer opendeed. "Have you ever been to Paris?" Ja, we hadden the real thing al gezien. Maar Las Vegas bewijst dat fake soms indrukwekkender is dan het origineel.

De avond voordien waren we aangekomen in Las Vegas McCarran airport. Op de luchthaven vond je al de eerste slot machines. Hier hebben we onze eerste en laatste dollars vergokt. Ik had vooraf gegrapt dat we hier onze reis zouden terugverdienen, maar in New York wist ik al: je hoeft helemaal geen gokker te zijn om veel geld kwijt te raken in Amerika.
Niks gewonnen dus. Dan maar de shuttlebus genomen. Ook hier weer: enorm vriendelijke en hulpvaardige mensen. We werden gedropt even buiten de luchthaven, bij de car rentals. Bij Alamo konden we on line inchecken, en dan de parking in, waar we oog in oog stonden met onze auto. In 1987 keken we nog op van een Chrysler New Yorker, met stoelen waar je diep in de pluche wegzakt, en met een computerstem die ons aanmaande: Fasten seat belts. Niks van dat alles - de Ford Limited oogt hoekig, modern, en bijna Europees. Geen kwaad woord van deze comfortabele reisgenoot. Al duurde het even voor ik doorhad dat de airco elektronisch bediend werd. Mams dacht dat de airco niet werkte. "We moeten morgen terug om dat te laten herstellen!" Waarschijnlijk zag ze al vijf uitgedroogde hoopjes ellende, vastgereden in de woestijnen van het westen, verschrompeld onder de verzengende hitte. Helemaal ongelijk had ze niet, want de hitte was echt wel verzengend. In New York voelde de hitte nat en plakkerig aan, hier was het alsof je in een kurkdroge sauna stapt. Het vooruitzicht op een auto zonder airco was - wel - niet echt bemoedigend.
We installeerden vlug onze GPS, en reden naar het hotel. Veel GPS had je niet nodig, want Las Vegas, dat is eerst en vooral, en dan opnieuw, The Strip. Verbazend dat je van het niets ineens in een surrealistische wereld binnenrijdt, waar de pretparken hotels blijken te zijn.
Wij hadden kort voor ons vertrek de Planet Hollywood geboekt omdat het een prima ligging had, met zicht op Paris Paris en het Bellagio-hotel. We hadden dan ook een kamer met Fountain View gevraagd, en de Fountains zijn in dit geval de balletfonteinen van Bellagio.
Zouden we de 20 dollar trick proberen? Naaa, toch niet, op het internet had ik verhalen gelezen dat dit in Planet Hollywood niet pakte, en we zijn sowieso al niet commercieel ingesteld. Na lang wachten aan de incheckbalie bleek dat elke medewerker een badge had met zijn/haar favoriete film. Onze man aan de receptie was een fan van The Shawshank Redemption. Was hij het echt, of was dit ook deel van een geöliede marketingmachine? Who cares, ik vond het een goed begin, want The Shawshank Redemption is een schitterende film, met een sublieme Tim Robbins en zijn bajesvriend Morgan Freeman.
En het was een goed begon, want de man bood ons - complimentary - een gratis upgrade aan naar een junior suite. Oók met Fountain View, natuurlijk. En mooi 20 dollar uitgespaard.
Toen we de suite zagen, vielen we zowaar achterover. Een panoramisch zicht op Paris Paris, Bellagio en de Strip, twee reusachtige slaapkamers, 3 grote LCD-TV's, twee badkamers, een bureau, kitchenette en eethoek, en een badkamer in het midden van de suite. We raakten letterlijk de weg kwijt.
Elke kamer had een thema dat verband hield met film en ja hoor, het geluk liet ons niet in de steek - ons thema was Will Smith en Independence Day.

Nadat we enigszins bekomen waren van onze kamer, gingen we iets eten, en de bistrot van Paris Paris leek me wel wat. Buiten was het heel druk, en heel heet, zo'n 104 graden F. We liepen onder de Eiffeltoren, even op de Strip, en dan binnen in het hotel van Paris Paris, op naar het restaurant. De beste plaatsen waren bezet, nl. op een terrasje dat uitkijkt op de Vegasiaanse drukte. Daar moet de temperatuur ideaal geweest zijn, want verwarmd door de zinderende hitte van de vroege avond gecombineerd met een airco die ervoor zorgde dat het binnen aanvoelde als in een koelkamer van Les Halles in Parijs, tenminste, zoals ik mij Les Halles voorstel vóór het één grote shopping mall werd. Enfin, het was bar koud binnen, en we vroegen of ze een minder koude plaats in het restaurant hadden, en ja hoor, er was een ronde tafel opgesteld vóór een groot en zwaar gordijn, waar mams en Karel zich konden indraaien. Karel was verschrikkelijk moe, en we aten snel. Ik bestelde een steak tartare, en de ober was blijkbaar gewoon om zijn gasten te waarschuwen. "It's raw meat, sir." Yes I know. Het was één van de beste steak tartares die ik ooit at. Ik vermoed dat we daar een beaujaulais bij dronken.

Vlug weer de avond en de warmte in, waar iedereen erin slaagde verloren te lopen behalve ik, op zoek naar de fonteinen van het Bellagio Hotel, ondertussen beroemd van de Film Ocean's Eleven. Alleen, ik heb er nauwelijks van genoten, want ik realiseerde mij dat ik de sleutels van de kamer had, en dat Karel ging omvallen van de vaak. Dus ging ik vlug terug naar de kamer - sorry, naar de suite - en in de lobby van het hotel zag ik een zeer knappe en slanke vrouw mijn richting stappen. Ik had haar niet zo aandachtig bekeken, want ik wilde vlug naar de kamer, in mijn visioen zag ik Karel al in de gang uitgeput liggen, maar toch had mijn onderbewustzijn aan mijn hersenen het signaal gegeven: een mooie, deftige vrouw. Tot mijn verbazing bleek het een Vegashoertje te zijn, want toen ik haar kruiste hoorde ik haar zeggen "Where are you headin' hon?". Ik was te verrast om te reageren, en mijn eerlijke antwoord - "op weg naar mijn suite" zou trouwens misschien te dubbelzinnig of uitnodigend geklonken hebben. Ik denk het in Vegas moet stikken van de hoertjes, want is het niet dé sin city bij uitstek?

Wat we 's avonds gedaan hebben, weet ik niet meer, wellicht wat TV gekeken, en genoten van het uitzicht op de fonteinen. Het was een ongekende luxe, daar in de junior suite, en we hadden daar geen principiële bezwaren tegen. Las Vegas is fascinerend om te 's nachts te bekijken.

's Ochtends wakker worden met zicht op de Eiffeltoren is trouwens ook de moeite.
Ontbijten in Las Vegas wil ook zeggen: aanschuiven in de rij omt te ontbijten, en voor een kleine som kun je een ongelooflijk ontbijt nuttigen - maar geen broodjes met confituur, helaas. Dan maar een stukje biefstuk gegeten met horsereddich – verschrikkelijk straf spul, maar alweer een lekker stukje biefstuk.
Uitchecken duurde langer dan verwacht, want het valt niet mee om je spullen bij elkaar te zoeken in zo’n grote suite. Bovendien had ik té vlug elektronisch uitgecheckt, maar dat werd vlot rechtgezet.

Valet parking houdt wel een flinke wachttijd in. Tegen half twaalf vertrokken, eerst The Strip nog even afgereden. Opvallend: een man op de stoep die de mensen opriep om Jezus, en niet satan te volgen. Best begrijpelijk in Las Vegas.

Aanvankelijk een heel saaie highway gevolgd, maar vanaf Saint George werd de weg zeer mooi; richting Bryce Canyon. De weg gings lagzaam omhoog, en het deed een beetje denken aan landelijk Zwitserland; en de temperatuur werd gaandeweg normaal. Onderweg zagen we een schitterende dubbele regenboog, prachtig gewoon.

Inchecken in Ruby's Inn was een groot contrast met Las Vegas - dit was het Amerika van het Wilde Westen, in Utah bovendien met aparte alcoholwetten. We hadden afscheid genomen van het Amerika van de limousines (in New York, met zijn ontelbare Town Cars van Lincoln, en in Vegas), en we kwamen terecht in het Amerika van de pick ups en de cowboys. Het was geen suite, daar in de Ruby's Inn, maar de kamers waren toch zeer comfortabel. Van een kamer met Fountain View naar een kamer in de Lakeview Lodge - alleen lag het meertje aan de achterkant van de Lodge.

vrijdag 1 oktober 2010

New York: een vluggertje


Dinsdag 27 juli
Vertrekdag! We waren al vroeg wakker, en begonnen al snelop te ruimen en koffers te pakken. Om half tien vertrokken Jan en ik op een blitzbezoek aan het Metropolital Museum. Metro naar 81st/7th en staken Central Park door in de richting West-Oost, wat langer duurde dan gedacht. Kwamen een dakloze tegen die beweerde al 20 jaar in Central Park te leven.

We zijn maar een twintigtal minuten in het museum geweest; net genoeg om in ijltempo ondergedompeld te worden in de wereld van topkunst: Van Dyck, Rembrandt, Vermeer, Goya, Memling,Van der Weyden, Cranach, ...
Terug om half twaalf. Koffers gepakt en via een shuttle (150 dollar!) naar Newark. Vlot ingecheckt; en nu, terwijl ik dit intik, zitten we hoog in de lucht op weg naar Las Vegas, waar het ruim 100 graden is.