Zoeken in deze blog

zaterdag 25 december 2010

Page: hoogtevrees, en VEEL kerken






Op 31 augustus kwamen we aan in Page. Het surrealistische effect van jaren geleden maakten we niet meer mee (toen kwamen we in een pikdonkere nacht aan en werden we wakker met zicht op de oranje-roestkleurige rotsen en het blauwe meer). We logeerden in de Quality Inn op Lake Powell Boulevard North; de kamer viel enorm mee. Het zou me niet verbazen dat dit hetzelfde hotel was als toen, alleen is het ondertussen van eigenaar en van naam veranderd.


Wat hebben we gedaan in Page? Niet zoveel, denk ik. Een Wal Mart bezocht (of was het Safeways?), de Wahweep Marina bezocht (niet veel zaaks), waar ik me ver-schrik-ke-lijk had boos gemaakt op de kinderen; en ons vergaapt aan de Horseshoe Bend. Dat is een adembenemende bocht in de Colorado River, zo steil diep dat ik geen seconde op mijn gemak was. Vreemd, vroeger had ik nooit last van hoogtevrees.


Ook leuk: de straat van ons hotel kon je gerust de Kerkstraat noemen, we telden er een twintigtal kerken mooi naast elkaar. This surely is the Bible Belt!

maandag 29 november 2010

Van Bryce naar de Grand Canyon North Rim




Vrijdag 30 juli
Nog even twee zichtpunten van Bryce Canyon bezocht die we gisteren gemist hadden.
Eén van de mooiste ligt eigenlijk nog vóór de ingang van het park, nl. Fairyland Viewpoint. Het is ook één van de rustigste.
Van Bryce ging het naar de North Rim van de Grand Canyon, via een ongelooflijk mooie scenic route. De hele tijd rijd je langs schitterende rotsformaties en het geheel doet wat denken aan Monument Valley. Je waant je zo in een John Ford film (ook al waren die in zwart-wit).
De noorkant van de canyon is een eind rijden, en om die reden wellicht trekt die veel minder bezoekers. Eens je binnen in het park bent, rijd je nog een heel eind langs mooie, glooiende weiden omzoomd door bossen.
In de village checkten we in. Klein maar ‘all we need’ – geen airco maar dat was niet nodig, het was eerder koud toen. Teruggekeerd naar de Lodge, waar ons een heuse schok wachtte: wat een zicht vanuit de lobby en het terras! De Lodge staat echt pal op de rand van de canyon. Gewandeld naar Bright Angel Point, waar twee vrouwen de bliksems fotografeerden in de verte. Een van hen had een speciale ontspanner, die detecteert wanneer er een flits te zien is, en - jawel - bliksemsnel afdrukt.
In de deli snacks gekocht en opgegeten op het terras van de Lodge ,m et een ***zicht. Daarna met de auto naar Point Imperial; langsheen verbrande naaldbossen.
’s Avonds gegeten in het restaurant van de Lodge (meatloaf, trout en wild alaska salmon).
De volgende dag was ik als eerste uit de veren, en ik wou meteen even naar de canyon gaan kijken. Dat is het voordeel van in het park te logeren! De wolken kwamen in de canyon drijven, en af en toe kwam de zon erdoor. Niet meteen ideaal, wel met een heel speciaal effect.
Na ons ontbijt hebben we een sukje de North Kaibab Trail afgestapt. Af en toe een druppeltje; alleen de kids deden een regenjasje aan. Prachtige bloemen en veel colibri’s gezien. Prachtig zicht vanaf de Coconino Overlook. Dan nog een beeje verdergestapt. Teruggekeerd na een uurtje stappen; drie moedige krijgers voorop; in een volggroep zat alleen paps, en mama was de rode lantaarn. Daarna reden we naar Cape Royal, waar we wachtten op het optrekken van de wolkenslierten. Bij momenten was het zicht heel goed. Angels Window en Cape Royal, Walhalla Overlook en Roosevelt Point toonden ons de indrukwekkende zichten van de North Rim; met zicht op het plateau en de Marble Canyons.



We keerden nog even terug naar de schitterende Lodge voor een sanitaire stop - en een laatste blik vanuit de zachte fauteuils van de lobby (foto).
Daarna reden we door via alweer een schitterende scenic route, richting Page, als tussenstop naar de South Rim. Ingecheckt in de Quality Inn op Lake Powell Boulevard North; de kamers vallen enorm mee. Het hotel komt me vreemd bekend voor - ik denk dat we hier in 1987 ook logeerden. Toen kwamen we in het donker aan, en werden we 's ochtends geconfronteerd met de oranjerode rotsen en het blauwe water van het stuwmeer.

zaterdag 13 november 2010

On the road/Over the Rainbow



In Amerika ben je altijd onderweg. Fysisch, maar ook mentaal, op weg naar een ander, naar een beter leven. Zoals in dat typisch Amerikaans filmgenre, de road movie, maar dat teruggaat op de klassieke tijden zoals de Odyssee of de Aeneas.
Midnight Cowboy, Easy Rider, Grapes of Wrath. Deze laatste is gebaseerd op de roman van Steinbeck, waar Route 66 de metafoor is van de figuurlijke weg naar een beter leven. Alleen weten de hoofdrolspelers niet dat ze on the road zijn - ze hebben hun baggage mee; ze slepen hun verleden mee naar hun toekomst.

Geen land zo ideaal voor de road movie als Amerika, met zijn eindeloze, soms kaarsrechte wegen in the middle of nowhere. Soms merk je dat je in de bewoonde wereld komt, niet omdat je huizen ziet, maar omdat je GPS iets aangeeft wat op straten lijkt, en omdat je aan de kant van de weg steeds meer brievenbussen ziet, zoals rond Twentynine Palms.

En soms, soms zie je onderweg ook een regenboog, zoals hierboven on the road naar Bryce Canyon.

Somewhere over the rainbow
Way up high,
There's a land that I heard of
Once in a lullaby.

Somewhere over the rainbow
Skies are blue,
And the dreams that you dare to dream
Really do come true.

Someday I'll wish upon a star
And wake up where the clouds are far
Behind me.
Where troubles melt like lemon drops
Away above the chimney tops
That's where you'll find me.

Somewhere over the rainbow
Bluebirds fly.
Birds fly over the rainbow.
Why then, oh why can't I?

If happy little bluebirds fly
Beyond the rainbow
Why, oh why can't I?

vrijdag 12 november 2010

Bryce: De eerste hummingbirds



In Bryce, in viewpoint Paria, zagen we voor het eerst - niet voor het laatst - kolibri's. Ongelooflijke vogels! Je zou eerst denken dat het om grote hommels gaat.

Bryce, very nice


In Gent zouden ze zeggen, Bryce, wree waise, maar dat is het ook: surreëel, vreemd, mooi. We kochten wat eten (verschrikkelijk duur!) reden meteen door naar het uiterste punt: Rainbow Point, en daarna keerden we terug. Bryce is een National Park dat je vista per vista bekijkt, je ziet nergens het geheel. En elk punt is bewonderenswaardig mooi. Uit mijn notities blijkt dat Ponderosa het mooist is.
In Sunrise (denk ik) gingen we even naar beneden, zeer knap tot in een enge kloof, daarna veranderde het steile pad in een rustige wandeling beneden in het dal. Ineens hoorden we een behoorlijke donderslag, en nooit eerder zagen we mams zo resoluut terugkeren. Het bleef bij deze ene donderslag.

donderdag 28 oktober 2010

Zicht op de Eifeltoren






Woensdag 28 juli.



We worden wakker met zicht op de Eifeltoren. De kruier had ons gewaarschuwd toen hij de dubbele deur van de kamer opendeed. "Have you ever been to Paris?" Ja, we hadden the real thing al gezien. Maar Las Vegas bewijst dat fake soms indrukwekkender is dan het origineel.

De avond voordien waren we aangekomen in Las Vegas McCarran airport. Op de luchthaven vond je al de eerste slot machines. Hier hebben we onze eerste en laatste dollars vergokt. Ik had vooraf gegrapt dat we hier onze reis zouden terugverdienen, maar in New York wist ik al: je hoeft helemaal geen gokker te zijn om veel geld kwijt te raken in Amerika.
Niks gewonnen dus. Dan maar de shuttlebus genomen. Ook hier weer: enorm vriendelijke en hulpvaardige mensen. We werden gedropt even buiten de luchthaven, bij de car rentals. Bij Alamo konden we on line inchecken, en dan de parking in, waar we oog in oog stonden met onze auto. In 1987 keken we nog op van een Chrysler New Yorker, met stoelen waar je diep in de pluche wegzakt, en met een computerstem die ons aanmaande: Fasten seat belts. Niks van dat alles - de Ford Limited oogt hoekig, modern, en bijna Europees. Geen kwaad woord van deze comfortabele reisgenoot. Al duurde het even voor ik doorhad dat de airco elektronisch bediend werd. Mams dacht dat de airco niet werkte. "We moeten morgen terug om dat te laten herstellen!" Waarschijnlijk zag ze al vijf uitgedroogde hoopjes ellende, vastgereden in de woestijnen van het westen, verschrompeld onder de verzengende hitte. Helemaal ongelijk had ze niet, want de hitte was echt wel verzengend. In New York voelde de hitte nat en plakkerig aan, hier was het alsof je in een kurkdroge sauna stapt. Het vooruitzicht op een auto zonder airco was - wel - niet echt bemoedigend.
We installeerden vlug onze GPS, en reden naar het hotel. Veel GPS had je niet nodig, want Las Vegas, dat is eerst en vooral, en dan opnieuw, The Strip. Verbazend dat je van het niets ineens in een surrealistische wereld binnenrijdt, waar de pretparken hotels blijken te zijn.
Wij hadden kort voor ons vertrek de Planet Hollywood geboekt omdat het een prima ligging had, met zicht op Paris Paris en het Bellagio-hotel. We hadden dan ook een kamer met Fountain View gevraagd, en de Fountains zijn in dit geval de balletfonteinen van Bellagio.
Zouden we de 20 dollar trick proberen? Naaa, toch niet, op het internet had ik verhalen gelezen dat dit in Planet Hollywood niet pakte, en we zijn sowieso al niet commercieel ingesteld. Na lang wachten aan de incheckbalie bleek dat elke medewerker een badge had met zijn/haar favoriete film. Onze man aan de receptie was een fan van The Shawshank Redemption. Was hij het echt, of was dit ook deel van een geöliede marketingmachine? Who cares, ik vond het een goed begin, want The Shawshank Redemption is een schitterende film, met een sublieme Tim Robbins en zijn bajesvriend Morgan Freeman.
En het was een goed begon, want de man bood ons - complimentary - een gratis upgrade aan naar een junior suite. Oók met Fountain View, natuurlijk. En mooi 20 dollar uitgespaard.
Toen we de suite zagen, vielen we zowaar achterover. Een panoramisch zicht op Paris Paris, Bellagio en de Strip, twee reusachtige slaapkamers, 3 grote LCD-TV's, twee badkamers, een bureau, kitchenette en eethoek, en een badkamer in het midden van de suite. We raakten letterlijk de weg kwijt.
Elke kamer had een thema dat verband hield met film en ja hoor, het geluk liet ons niet in de steek - ons thema was Will Smith en Independence Day.

Nadat we enigszins bekomen waren van onze kamer, gingen we iets eten, en de bistrot van Paris Paris leek me wel wat. Buiten was het heel druk, en heel heet, zo'n 104 graden F. We liepen onder de Eiffeltoren, even op de Strip, en dan binnen in het hotel van Paris Paris, op naar het restaurant. De beste plaatsen waren bezet, nl. op een terrasje dat uitkijkt op de Vegasiaanse drukte. Daar moet de temperatuur ideaal geweest zijn, want verwarmd door de zinderende hitte van de vroege avond gecombineerd met een airco die ervoor zorgde dat het binnen aanvoelde als in een koelkamer van Les Halles in Parijs, tenminste, zoals ik mij Les Halles voorstel vóór het één grote shopping mall werd. Enfin, het was bar koud binnen, en we vroegen of ze een minder koude plaats in het restaurant hadden, en ja hoor, er was een ronde tafel opgesteld vóór een groot en zwaar gordijn, waar mams en Karel zich konden indraaien. Karel was verschrikkelijk moe, en we aten snel. Ik bestelde een steak tartare, en de ober was blijkbaar gewoon om zijn gasten te waarschuwen. "It's raw meat, sir." Yes I know. Het was één van de beste steak tartares die ik ooit at. Ik vermoed dat we daar een beaujaulais bij dronken.

Vlug weer de avond en de warmte in, waar iedereen erin slaagde verloren te lopen behalve ik, op zoek naar de fonteinen van het Bellagio Hotel, ondertussen beroemd van de Film Ocean's Eleven. Alleen, ik heb er nauwelijks van genoten, want ik realiseerde mij dat ik de sleutels van de kamer had, en dat Karel ging omvallen van de vaak. Dus ging ik vlug terug naar de kamer - sorry, naar de suite - en in de lobby van het hotel zag ik een zeer knappe en slanke vrouw mijn richting stappen. Ik had haar niet zo aandachtig bekeken, want ik wilde vlug naar de kamer, in mijn visioen zag ik Karel al in de gang uitgeput liggen, maar toch had mijn onderbewustzijn aan mijn hersenen het signaal gegeven: een mooie, deftige vrouw. Tot mijn verbazing bleek het een Vegashoertje te zijn, want toen ik haar kruiste hoorde ik haar zeggen "Where are you headin' hon?". Ik was te verrast om te reageren, en mijn eerlijke antwoord - "op weg naar mijn suite" zou trouwens misschien te dubbelzinnig of uitnodigend geklonken hebben. Ik denk het in Vegas moet stikken van de hoertjes, want is het niet dé sin city bij uitstek?

Wat we 's avonds gedaan hebben, weet ik niet meer, wellicht wat TV gekeken, en genoten van het uitzicht op de fonteinen. Het was een ongekende luxe, daar in de junior suite, en we hadden daar geen principiële bezwaren tegen. Las Vegas is fascinerend om te 's nachts te bekijken.

's Ochtends wakker worden met zicht op de Eiffeltoren is trouwens ook de moeite.
Ontbijten in Las Vegas wil ook zeggen: aanschuiven in de rij omt te ontbijten, en voor een kleine som kun je een ongelooflijk ontbijt nuttigen - maar geen broodjes met confituur, helaas. Dan maar een stukje biefstuk gegeten met horsereddich – verschrikkelijk straf spul, maar alweer een lekker stukje biefstuk.
Uitchecken duurde langer dan verwacht, want het valt niet mee om je spullen bij elkaar te zoeken in zo’n grote suite. Bovendien had ik té vlug elektronisch uitgecheckt, maar dat werd vlot rechtgezet.

Valet parking houdt wel een flinke wachttijd in. Tegen half twaalf vertrokken, eerst The Strip nog even afgereden. Opvallend: een man op de stoep die de mensen opriep om Jezus, en niet satan te volgen. Best begrijpelijk in Las Vegas.

Aanvankelijk een heel saaie highway gevolgd, maar vanaf Saint George werd de weg zeer mooi; richting Bryce Canyon. De weg gings lagzaam omhoog, en het deed een beetje denken aan landelijk Zwitserland; en de temperatuur werd gaandeweg normaal. Onderweg zagen we een schitterende dubbele regenboog, prachtig gewoon.

Inchecken in Ruby's Inn was een groot contrast met Las Vegas - dit was het Amerika van het Wilde Westen, in Utah bovendien met aparte alcoholwetten. We hadden afscheid genomen van het Amerika van de limousines (in New York, met zijn ontelbare Town Cars van Lincoln, en in Vegas), en we kwamen terecht in het Amerika van de pick ups en de cowboys. Het was geen suite, daar in de Ruby's Inn, maar de kamers waren toch zeer comfortabel. Van een kamer met Fountain View naar een kamer in de Lakeview Lodge - alleen lag het meertje aan de achterkant van de Lodge.

vrijdag 1 oktober 2010

New York: een vluggertje


Dinsdag 27 juli
Vertrekdag! We waren al vroeg wakker, en begonnen al snelop te ruimen en koffers te pakken. Om half tien vertrokken Jan en ik op een blitzbezoek aan het Metropolital Museum. Metro naar 81st/7th en staken Central Park door in de richting West-Oost, wat langer duurde dan gedacht. Kwamen een dakloze tegen die beweerde al 20 jaar in Central Park te leven.

We zijn maar een twintigtal minuten in het museum geweest; net genoeg om in ijltempo ondergedompeld te worden in de wereld van topkunst: Van Dyck, Rembrandt, Vermeer, Goya, Memling,Van der Weyden, Cranach, ...
Terug om half twaalf. Koffers gepakt en via een shuttle (150 dollar!) naar Newark. Vlot ingecheckt; en nu, terwijl ik dit intik, zitten we hoog in de lucht op weg naar Las Vegas, waar het ruim 100 graden is.

New York: Fietsen van Broadway tot Central Park


Maandag 26 juli
Onze laatste volle dag in New York. De temperatuur is draaglijk geworden; het is minder warm, zeer zonnig, kortom, een perfecte dag ... om te gaan fietsen.


Het materiaal huren we vlak bij het hotel, in 49th Street. Het is even wennen, fietsen op Broadway. Het fietspad is afgescheiden en breed, en we fietsen op alle gemak richting Colombus Circle en dan Central Park binnen. Zalig is dat! Geen verkeer, maar je moet wel uitkijken voor de fietsers, die soms behoorlijke snelheden halen. We houden halt bij de fontein van Bethesba, bekend van de TV-reeks Friends, fietsen langs het Boat House (het lijkt wel een idyllisch stukje Engeland), Guggenheim Museum en The Reservoir, waar Dustin Hoffman zijn rondjes afmaalde in de film Marathon Man. Onderweg broodjes opgegeten; en dan westwaards gereden, op zoek naar de Dakota-building waar een gek John Lennon doodschoot. Hetzelfde gebouw diende als decor voor Rosemary’s Baby, van Roman Polanski. In Central Park is er een perkje dat ze de naam Strawberry Fields hebben gegeven. Op de grond is er een mozaïek IMAGINE dat nog altijd veel belangstellenden trekt. Ik was nooit zo gek van deze Lennon-song, hij klonk me niet meteen oprecht. Eindelijk had Lennon zijn antwoord op de populaire tune van Macca, Yesterday.
Enkele straten hoger staken we door naar de West Side en het lange park langsheen de Hudson River. Ook hier is het heel mooi fietsen. Ondertussen begint de temperatuur te stijgen – of komt dat omdat we het tempo opdrijven om op tijd de fietsen in te leveren? Van het water naar 7th Avenue/Broadway is het nog een eindje fietsen, zonder aparte fietspaden, maar ook dat gaat heel vlot.
Toen we terug in het hotel kwamen, had ik een Brazilan Steakhouse uitgekozen, omdat we wel eens zin hadden in een mooie portie rundsvlees waar de Mestdaghs (met gemengde gevoelens weliswaar) ons over gesproken hadden. Het bleek echter een heel grote, drukke zaak met een 'prix fixe' formule waarbij je kunt eten tot je niet meer kunt. Goed voor veelvraten, maar wij excuseren ons beleefd en komen terecht bij een Italiaan (Masseria) op 48th; die een goede commentaar kreeg in de Michelingids, met een speciale vermelding voor de wijnkaart. Mooi was die kaart zeker, maar wijnen boven de 100 of 200 dollar waren zeker geen uitzondering. De duurste wijn (Conterno’s Monfortino) kostte zo’n 1300 dollar. Dan maar gekozen voor een half flesje Chianto Fonterutoli van 2006 (30 dollar), ook een heel mooie wijn. Karel had mooie kippenlapjes Paillard; Betje een (op haar vraag) overgebakken stuk rundsvlees, en de rest een gestoofd en lekker konijn.

New York: Staten Island Ferry, Frick & Empire State

Deze foto is duidelijk niet genomen op de Empire State Building!


Zondag 25 juli:
We beginnen op een normal uur wakker te worden. In de voormiddag de gratis ferry naar Staten Island en terug met dezelfde boot, langs het Vrijheidsbeeld; en dit alles onder een verzengende hitte; weze het iets minder heet dan gisteren.
Terug de Subway in; halte Houston Street. Een restaurant gezocht dat aanbevolen was door een local; maar niet gevonden. We kwamen dan terecht in Po: uitstekende en sympathieke keuken; en eindelijk nog eens vlees (lamsvlees paillard). Ook zeer lekkere desserts.
Na de lunch ging ik alleen naar Frick: won-der-baar-lijk! Vooreerst is er het fantastische herenhuis van deze rijke industrieel. En dan de kunstwerken, die je van heel dichtbij kunt bewonderen.
De rest van de familie huurde een film: Ingloruous Bastards.
Bij valavond de Empire State Building op. Evenveel security als op de luchthaven. Te voet terug naar het hotel. Ondertussen nog een T-shirt gekocht.

woensdag 15 september 2010

New York: MoMA, Frick, en véél meer



For the record: op zaterdag 24 juli bezochten we MoMA, lunchten er in Café 5; gingen we naar Macy’s, en dan naar de Top of the Rock. Zoals gewoonlijk: dinner in ons hotel

De dag erna namen we de ferry naar Staten Island, lunch in the Village, en dan scheidden onze wegen: ik naar the Frick Collection; de rest van de familie was aan wat rust toe en huurde een film in het hotel: Inglorious Bastards.


We wilden vroeg aan MoMA beginnen. Het museum was de voorbije jaren grondig vernieuwd, en het was een stralende ochtend toen we op weg togen. Het moet even na half elf geweest zijn, en er stond al een lange rij. We hadden nog geen City Pass, maar liepen de rij toch voorbij, we vroegen het even, ja - ook als je nog geen City Pass hebt mag je meteen doorlopen naar de verkoopbalie. Vijf passen kopen ging snel, en meteen word je ondergedompeld in de wondere wereld van pure schoonheid en verbazing, een wereld van visionairen die anders dan wij naar de wereld keken of kijken. Rodins Balzac keek ons van op de trappen aan, en ik moest me naast hem laten vereeuwigen, net als in een plaasteren versie in Quai d'Orsay, vele jaren geleden.

We volgden een strategie (of toch in het begin): we begonnen van boven en zakten dan af. Dus eerst de speciale tentoonstelling van Matisse. Daar werd uit de doeken gedaan hoe een vrij primitief ogend werk (Bathers by the River) steeds maar herwerkt werd, tot het het werk werd dat we konden bewonderen.

Daarna gingen we elk onze weg - elk volgt best zijn eigen ritme en interesses - en de systematiek wrd al wat minder. Heerlijk dat je de werken van heel dichtbij kunt gaan bewonderen. Hoogtepunten zijn er bij de vleet - de Demoiselles d'Avignon (Picasso), Van Goghs Sterrenhemel, alles maar dan ook ALLES van Cézanne (o de stillevens!), Matisse's Dance, de droomwereld van Rousseau, Modigliani, de Slapende Boeren van Picasso, de Bedreigde Moordenaar van Magritte (op dit ogenblik in het Magrittemuseum in Brussel), de Amerikaanse vlag van Jasper Johns, de Gold Marylin van Warhol, ...

Als ik zo even op de MoMAsite surf, valt het me op hoeveel werken ik niet of onvoldoende gezien heb.


We hadden een heerlijke bescheiden lunch in het Cafe 5 van MoMA (met een Franse ober, maar toch vriendelijk - de Amerikaanse invloed?) Vijf heerlijke artisanale Amerikaanse kazen (Franse stijl), met voor mij een glaasje witte Ridge, voor Martine een Pinot.


Na MoMA was het tijd voor een nieuw hoogtepunt, letterlijk dan - op naar de Top of the Rock (Rockefeller Center). Je ontstijgt er letterlijk de hitte die wel in de stad gevangen lijkt.


Wordt vervolgd



Dinner in het hotel.

Zondag 25 juli
We beginnen op een normal uur wakker te worden. In de voormiddag de gratis ferry naar Staten Island en terug met dezelfde boot, langs het Vrijheidsbeeld; en dit alles onder een verzengende hitte; weze het iets minder heet dan gisteren.
Terug de Subway in; halte Houston Street. Een restaurant gezocht dat aanbevolen was door een local; ,aar niet gevonden. We kwa,en dan terecht in Po: uistekende en sympathieke keuken; en eindelijk nog eens vlees (lamsvlees paillard). Ook zeer lekkere desserts.
Na de lunch ging ik alleen naar Frick: won-der-baar-lijk! De rest van de familie huurde een film: Inglouruous Bastards.
Bij valavond de Empire State Building op. Te voet terug naar het hotel. Ondertussen nog een T-shirt gekocht.

donderdag 9 september 2010

New York: Melting Pot



In J&R worden we geconfronteerd met de Melting Pot die New York is, en die symbool staat voor de hele Verenigde Staten. Na het kopen van een laptop gaan we naar de bovenverdieping (Apple), maar we moeten ondertussen onze rugzak in bewaring geven. Een vriendelijke zwarte man neemt deze taak op zich. Hij blijkt uit Jamaica te komen. Als ik hem vraag of hij zijn thuisland niet mist zegt hij: "Oh, I miss it every day." Ooit hoopt hij genoeg geld gespaard te hebben om terug te keren. Wellicht en hopelijk heeft hij zijn kinderen de kans kunnen geven om de armoede te ontgroeien. New York loopt vol met zo'n mensen, arme sukkelaars uit de derde wereld, die naar deze stad komen om met een povere job een bescheiden dollar te verdienen - taxichauffeurs, kruiers, loketbedienden, venters, verkopers, ... Sommigen zijn al opgeklommen, zij konden een winkeltje openen, een kruidenierszaak, een vreemde anomalie in zo'n wereldstad, kruideniers die je vroeger bij ons in het dorp vond. De man ging uit werken, en de vrouw verdiende wat bij met een winkeltje van prullen en dingetjes.
Mensen die van onder willen beginnen, komen naar New York. Ze werken hard, en ze zijn vriendelijk, want hun tip hangt ervan af. Anderen willen niet zozeer werken, zij willen een graantje meepikken van de sociale herverdeelpot, zij komen naar Europa en hopen op een uitkering.
Heel juist dat Mia Doornaert eens schreef: New York is een derdewereldstad die gelukt is.

New York: Heerlijk Brooklyn

Neem de Subway van Manhattan naar Brooklyn, wandel op de Brooklyn Hights en in de straten die namen hebben, en keer dan te voet terug via de Brooklyn Bridge.

Vreemd dat we Brooklyn in 1987 niet hebben bezocht. Nu was het één van de hoogtepunten van de reis, zo kleinschalig, zo vertrouwd, een stukje New York op mensenmaat.
Wordt vervolgd.

New York:They Are in Peace


Vandaag is het 9 september. Negen jaar geleden was er nog niet veel aan de hand. Twee dagen laten zouden enkele radikale moslims de werld veranderen, de moslims stigmatiseren, en een paar duizend onschuldigen vermoorden. We dragen er nog altijd de letsels van, met over-reagerende moslims, Deense cartoonisten, en aangekondigde koralverbrandingen. En vooral, met het zoeken naar een antwoord op de vraag of alles wat mag gezegd worden, ook moet gezegd worden.
Op 11 september veranderde de wereld. New York en de hele VS debatteert of er een moskee kan komen in de omgeving van Ground Zero (ja, als de hele moslimwereld op straat komt om de terreur te veroordelen). New York is levenskrachtig, en bouwt ondertussen hard aan een nieuwe toren, 1 World Trade Center, waarvan de hoogste toren 1776 voer hoog moet worden.
Als hij af is, gaan we kijken.

Vrijdag 23 augustus
We nemen de metro naar Ground Zero, maar misten een halte en moesten even terugkeren naar de halte Chambers. Een gedenkteken brengt ons meteen in de stemming - een stalen structuur in de vorm van een reuzengroot kruis. In de Winter Garden (palmbomen! Godiva-pralines!) in het World Financial Center bekijken we de bouwwerf, waar recentelijk enkele eeuwenoude scheepswrakken werden opgegraven. We splitsen ons, de jongens gaan naar de computerwinke J&R; de meisjes naar Century 21 Outlet Store, op zoek naar de zeldzame dingen die wél goedkoop zijn in New York: elektronica en kleren.
Wordt vervolgd: Laptop en iPod Touch gekocht. Regenbui. Samenkomst in Saint Paul’s Chapel. Lunch in Aqua op Peck Slip/Water Street. Gewandeld naar Wall Street. Metro naar Hotel. Dinner in het hotel.

dinsdag 7 september 2010

New York 2: Kennismaken

Onze eerste foto in New York, in Midtown.
Niet zo spectaculair als Rockefeller of 6th Avenue, maar toch een eerste ah-gevoel!




Woensdag 21 augustus
Eerst even overnacht in de hoofdstad van Europa, de hoofdstad van België en de hoofdstad van Vlaanderen, in de Sheraton van Zaventem. Vriendelijk personeel, zeer attent om ons in de stemming te brengen, want ze praten allen Engels, met een Frans accent. Ze beseffen dat het 'not done' is om in het Frans te antwoorden als je Nederlands spreekt, en dan wordt het maar Engels. Achteraf zou blijken dat de kamers Amerikaans zijn: ruim, comfortabel, en met een koffiezetmachine (die ik niet aan de praat krijg; mijn fout).


Vroeg opgestaan, te vroeg voor een ontbijt, de straat oversteken en de luchthaven binnen, r-u-i-m op tijd, dus lang wachten op onze vlucht van omstreeks half tien. Vertrokken met een half uur vertraging in een Boeing 767-400 met een drie-vier-drie stoelcombinatie. Aangekomen in Newark rond de middag plaatselijke tijd. Zoals we het ons herinneren van 1987: joviaal en oprecht vriendelijke douanebeambten, die ons fotograferen en onze vingerafdrukken nemen, en grapjes maken met Karel. Meteen wist ik het weer: Amerikanen zijn ongecompliceerd, wat niet hetzelfde is als simpel, wat wij hooghartige en te vaak geconstipeerde Europeanen soms denken.


Even zoeken naar de Airlink Shuttle naar het hotel. De kamer was nog niet klaar; dus hebben we een wandeling gemaakt. Toen we buitenkwamen hoorde ik iemand "Hé, Mark" roepen, en zagen we een collega van mij. In New York. Die ons meteen waarschuwde: New York is duur. En gelijk had ze.

48th Street is leuk. Centraal, levend, niet high-brow, echt. Overweldigend als eerste indruk, maar de ah's en oh's moeten nog komen, als je richting 6th Avenue, Times Square en Rockefeller stapt. We voelden ons meteen op ons gemak. Ook achteraf gezien hebben we ons nergens veiliger gevoeld in een grote stad.

Donderdag 22 augustus
Sofie De Meulemeester had dus gelijk. New York is duur. Zeer duur. Ontbijt in het hotel 13 of 19 dollar. Er is een alternatief: broodjes kopen om de hoek op 8th Avenue. Overal zie je kleine kruideniers, die nu gouden zaken doen door gekoelde dranken te verkopen. Het is verschrikkelijk warm in New York. Al van ’s morgens, wanneer ik wat spullen voor het ontbijt koop: in folie verpakte buns, chocolade, sinaassap en melk. Ook dit alles is duur, maar voor 10 dollar heb je toch al ontbijt voor vijf. Op de kamer kunnen we koffie maken.
Voor het eerst gaan we de New Yorkse jungle in, te voet naar Times Square, dat vlakbij ligt. Wow; die hoge gebouwen, die drukte, de grootstedelijke atmosfeer. Ook opvallend: New York ligt er netjes bij. Hondenpoep zie je hier niet. Ik heb me nooit zo veilig gevoeld in een grote stad als in New York. Je ziet ook veel politie op straat; maar dat is niet de belangrijkste bijdrage tot het veiligheidsgevoel. Er lijkt hier een entente cordiale tot stand gekomen tussen mensen van alle slag, ongeacht afkomst of sociale stand, om deze stad leefbaar te houden.
We duiken voor het eerst de Subway in, en we kopen er een weekpas met mijn Visa-kaart.

Op de kamer ontbeten/ Metrokaart gekocht op Times Square; met de trein naar Brooklyn Heights (uitgang gewandeld in Brooklyn; gewandeld over Brooklyn Bridge ; gegeten in Bridge Café/ South Street Port Pier 17. Plaspauze voor Karel in Bridge Café. Terug naar hotel.

New York 1: Zie mij hier eens zitten

Bloedheet in New York, hier in het Financial District.
Daar kwam gedonder van. Maar een tornado?


Heb ik ooit al eens gezegd dat één van de beste rockbands aller tijden The Clash is? Wat een ernergie, in London Calling. En wat een atmosfeer op Sandinista! (Het uitroepteken hoort bij Sandinista! zoals bij Groen!). En één van de beste songs van één van de beste bands is Broadway.
It ain’t my fault It’s six ’o’clock in the morning, zo begint die lied van iemand die de klappen incasseert, maar de hardste klap is de eenzaamheid [it] used to knock me out, harder than the rest.
Het deuntje zit in mijn hoofd telkens we Broadway kruisen.

Zie mij hier eens zitten. Het is half zes in de ochtend. Ik zit in bed, naast mij ligt Jan te slapen. Ik ben wakker in the city that never sleeps, en gebruik voor het eerst mijn nieuwe laptop, gekocht in J& R in Park Row, vlak bij de Town Hall. Verdorie, typen op een qwertytoetsenbord vqlt niet mee. Q is A. Waar blijft de wereldwijde standaardisatie? Allemaal qwerty, waarom niet? Het zal wel wennen.

Oortjes in mijn oren, luisterend naar mijn nieuwe iPod Touch. Ook al gekocht bij J&R. Daarnet de Ouverture Solemnelle van Tchaikovsky (word je wakker van), nu Rudy Reckless van The Clash (of is het Rudy Compare?). Dan wat heerlijke Beach Boys, en een stukje uit het Requiem van Faure. Shuffle staat duidelijk aan. Ondertussen is de zoon wakker geworden en is mijn iPod geconfisceerd, veel te cool voor pap, en luister ik naar iTunes op de PC.
Gelinkt aan een publiek en niet beveiligd netwerk. "Plataforma-Guest" hier vlakbij, in West 48th Street in New York. Wat is Plataforma? Later zou ik het te weten komen. Plenty netwerks beschikbaar; een ervan was ‘I can hear you fucking’ maar dat leek me toch niet zo koosjer.

Van cool gesproken, de kids vonden het tornado alert (1) gisteren behoorlijk cool, mams deed snel haar kleren aan en zat klaar, handtas op haar rug. ‘Stel dat we allemaal naar de kelder moeten?’ – voor mocht het hele hotel meegezogen worden met de wervelwind die uit het oosten kwam.
We voelden het al toen we uit ons hotel kwamen. Het had al enkele buien gedaan, maar het was bloedheet, net een stoomoven, toen we buiten kwamen op 8th Avenue, op weg om wat eten te kopen in het Food Emporium. Het werd wel héél snel donker. Zullen we vanavond eens op de Empire Stete toren gaan? Leuk bij valavond, als alle lichtjes aangaan. Maar verhip, de duisternis viel te snel. De Empire State moest even wachten. Terug op de kamer zagen we heel snel donkere wolken binnendrijven boven Manhattan, verlicht aan de onderkant door de wolkenkrabbers, en even daarna lagen de meeste gebouwen al in de wolken, zoals ook wel eens gebeurt met bergen. Vlug het Weather channel aangezet, en daar horen we dat er een Tornado Alert is gegeven voor New York City. Meteen wordt het bevestigd door de intercom van het hotel. Times Square verzuipt onder het noodweer; op TV zien ze de mensen wegvluchten. Bij ons, enkele blocks naar het noorden, valt het mee, en lijkt het meer op een gewone bui met matige windsnelheid. Even later verandert het Tornado Alert in een Severe Thunderstorm Alert. De weerlui moeten het programma volpraten, en melden dat er meer dan 20.000 bliksemschichten geteld zijn.
Ondertussen is mijn iTunes al een paar keer geswitcht, en luister ik naar – jawel – Fritz Wunderlich, Der Evangeliman. Pepe zou jaloers zijn!
Dat was gisteren, maar eigenlijk begin ik beter bij het begin.

(1) On Friday, July 23 2010, before 6 p.m. EDT, the National Weather Service issued a tornado watch for the counties of the Bronx, New York, Queens, Sullivan, Kings, Orange, Richmond, Westchester, Nassau, Putnam and Rockland. A tornado watch or warning in New York City is extremely rare.
A tornado, according to the National Oceanic and Atmospheric Administration, “is a violently rotating column of air that is in contact with the ground.”

Zie mij hier eens zitten: Inleiding



Santa Monica Beach: een titel voor mijn reisblog gevonden!

Zie me hier eens zitten.



Amerikaans blog 1: Inleiding

Poëzie is, volgens de Engelse romantische dichter Wordsworth, "emotion recollected in tranquility" (1). Ruim een maand na onze Amerikatrip wordt het tijd om eens, in alle gemoedsrust, deze mooie reis opnieuw te beleven, maar dan gecondenseerd. Al het overtollige vervliegt. Niet dat dat tot poëzie zal leiden, maar toch iets dat een overzienbare, en misschien zelfs overzichtelijke, souvenir is van onze familiale uitstap in de Nieuwe Wereld.
En de emoties? Ja, die zijn er zeker - dankbaarheid, om zoiets moois te hebben mogen meemaken, zoveel harmonie en schoonheid, maar ook: een gevoel van gemis. Alles gaat voorbij, ook zo'n mooie reis.


Dus: Zie me hier eens zitten. Deze uitroep van verbazing zette zich vast in mijn hoofd, eerst in New York, nog aan het bekomen van de jetlag. En dan opnieuw, zittend op het strand van Santa Monica, waar we lekkere frietjes aten. Toen ik "Zie me hier eens zitten" dacht, vereeuwigde Jan zijn vader. Een andere foto, van Jan en mij, geeft een andere boodschap: die van de afwisseling van de wacht. Zie me nu eens zitten. Gelukzalige verrukking. Die gedachte springt zó uit het beeld. Daarom wordt dat de titel van mijn blog.

De volgende stap is het samenvatten van mijn dagboek. En proberen het ongrijpbare vast te leggen.


(1) Uit Wordsworths "Preface to Lyrical Ballads", het manifest van de eerste generatie Engelse romantische dichters. Poëzie is "the spontaneous overflow of powerful feelings: it takes its origin from emotion recollected in tranquility."

Reisplanning




Reisplanning USA 2010


21 augustus
Vlucht Brussel-New York (Newark)

21 tot en met 26 augustus
New York, Hotel Belvedere, 48th West Street

26 augustus
Vlucht naar Las Vegas. Overnachting in Planet Hollywood, Las Vegas Boulevard

27 tot en met 29 augustus
Bryce Canyon. Overnachting in Bryce Canyon Ruby Inn, Bryce Canyon City (aan de rand van het park)

30 tot en met 31 augustus
Grand Canyon North Rim, overnacht in de Grand Canyon Lodge (in het park)

31 juli tot en met 2 augustus
Page, overnacht in de Quality Inn, Lake Powell Boulevard

2 tot en met 4 augustus
Grand Canyon South, overnacht in Yavapai Lodge (in het park)

4 tot en met 5 augustus
Twentynine Palms, overnacht in Marriott Fairfield Inn, Encelia Avenue

5 tot en met 8 augustus
Santa Barbara, overnacht in Hampton Inn, Hollister Avenue, Goleta

8 tot en met 10 augustus
Los Angeles, overnacht in Coutryard Marriott, West Century Boulevard

10 augustus
Vlucht van Los Angeles naar New York en meteen New York naar Brussel