Zoeken in deze blog

vrijdag 1 oktober 2010

New York: Fietsen van Broadway tot Central Park


Maandag 26 juli
Onze laatste volle dag in New York. De temperatuur is draaglijk geworden; het is minder warm, zeer zonnig, kortom, een perfecte dag ... om te gaan fietsen.


Het materiaal huren we vlak bij het hotel, in 49th Street. Het is even wennen, fietsen op Broadway. Het fietspad is afgescheiden en breed, en we fietsen op alle gemak richting Colombus Circle en dan Central Park binnen. Zalig is dat! Geen verkeer, maar je moet wel uitkijken voor de fietsers, die soms behoorlijke snelheden halen. We houden halt bij de fontein van Bethesba, bekend van de TV-reeks Friends, fietsen langs het Boat House (het lijkt wel een idyllisch stukje Engeland), Guggenheim Museum en The Reservoir, waar Dustin Hoffman zijn rondjes afmaalde in de film Marathon Man. Onderweg broodjes opgegeten; en dan westwaards gereden, op zoek naar de Dakota-building waar een gek John Lennon doodschoot. Hetzelfde gebouw diende als decor voor Rosemary’s Baby, van Roman Polanski. In Central Park is er een perkje dat ze de naam Strawberry Fields hebben gegeven. Op de grond is er een mozaïek IMAGINE dat nog altijd veel belangstellenden trekt. Ik was nooit zo gek van deze Lennon-song, hij klonk me niet meteen oprecht. Eindelijk had Lennon zijn antwoord op de populaire tune van Macca, Yesterday.
Enkele straten hoger staken we door naar de West Side en het lange park langsheen de Hudson River. Ook hier is het heel mooi fietsen. Ondertussen begint de temperatuur te stijgen – of komt dat omdat we het tempo opdrijven om op tijd de fietsen in te leveren? Van het water naar 7th Avenue/Broadway is het nog een eindje fietsen, zonder aparte fietspaden, maar ook dat gaat heel vlot.
Toen we terug in het hotel kwamen, had ik een Brazilan Steakhouse uitgekozen, omdat we wel eens zin hadden in een mooie portie rundsvlees waar de Mestdaghs (met gemengde gevoelens weliswaar) ons over gesproken hadden. Het bleek echter een heel grote, drukke zaak met een 'prix fixe' formule waarbij je kunt eten tot je niet meer kunt. Goed voor veelvraten, maar wij excuseren ons beleefd en komen terecht bij een Italiaan (Masseria) op 48th; die een goede commentaar kreeg in de Michelingids, met een speciale vermelding voor de wijnkaart. Mooi was die kaart zeker, maar wijnen boven de 100 of 200 dollar waren zeker geen uitzondering. De duurste wijn (Conterno’s Monfortino) kostte zo’n 1300 dollar. Dan maar gekozen voor een half flesje Chianto Fonterutoli van 2006 (30 dollar), ook een heel mooie wijn. Karel had mooie kippenlapjes Paillard; Betje een (op haar vraag) overgebakken stuk rundsvlees, en de rest een gestoofd en lekker konijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten